2017-02-02 donderdag

 

Wat is er voor lol aan om de hele dag beest te zijn? Ik fiets langs het idyllische dorpskerkje van Teeffelen en sla daarna rechtsaf. Dat is de richting van de grote weg tussen Oss en Lith. Meteen na het kruispunt kijk ik op een weiland met een tiental schapen. De meeste zijn in dromenland zo te zien. Een enkele ligt hartstochtelijk te kauwen met zijn mond open want er is nooit een moederschaap geweest dat hem erop heeft gewezen dat hij netjes moet eten. Of is de etiquette voor schapen anders dan voor mensen?

 

Nou heeft een schaap in vergelijking met veel andere beesten, zoals bijvoorbeeld een bever, nog het voordeel dat hij iets oplevert voor mensen. Dat mooie vest dat ik ooit gemaakt heb is van pure schapenwol. Maar dat kledingstuk kriebelt zo vreselijk dat het beest voor mij zijn vacht niet had hoeven te laten groeien. Het vest ligt al jaren in de kast vanwege mijn overgevoelige huid. Maar anderen zijn wel gelukkig met schapenwol. Ik vraag me af of dat geluk iets te maken heeft met de lol van het schaap. Kan hij daar psychisch op teren om de hele dag beest te zijn?

 

Toegegeven, hij heeft als leefomgeving veel meer vierkante meters ter beschikking dan de oppervlakte van mijn woonkamer. Maar ik kan ook naar de keuken gaan en zodra het toetje voor de avondmaaltijd klaar is om af te koelen kan ik op de fiets stappen en ligt de hele wereld aan mijn voeten. Een wereld inclusief schapenweide. En even verderop weiden voor de koeien die nog niet naar buiten mogen. Weer zoiets. Hoe staan die op stal de hele dag beest te zijn?

 

Dierengeluk is toch wel iets anders dan mensengeluk.