2017-01-20 vrijdag

 

Ik heb geen koude oren. Wel een koude neus. Maar vervelender vind ik koude wangen. Ze voelen aan zoals in mijn kinderjaren toen grote knullen me met sneeuwballen bekogelden en daarna achter me aan holden. Als ze me dan uiteindelijk te pakken hadden kreeg ik een laag sneeuw door mijn gezicht gewreven. Dat gevoel dus.

 

Het verschil is dat ik het nu zelf heb opgezocht. De natuur is zo fraai dat ik echt niet binnen kan blijven zitten. De accu van mijn e-bike is zo goed als vol dus ik kan een aardige rit maken. Vanaf de dijkweg heb ik ruim zicht op de besneeuwde velden. Bij sommige steken duizenden restanten van de in oktober afgemaaide mais boven het witte goedje uit. Alsof ze er als afgeslankte wijsvingers op willen wijzen dat er toch ook weer voorjaar komt. Bij andere velden ziet het eruit alsof er een strijd gaande is tussen de sneeuw en het gras. De hoogste pollen lijken te willen zeggen: “Kijk ons eens al mooi groen zijn”. Maar vandaag zal de sneeuw zich er niets van aan hoeven te trekken want ze krijgen de volledige steun van de vriesmachine die hoog boven hen op volle toeren draait.

 

Aan de andere kant van de dijkweg is het nog spannender. De Maas slingert zich over het weidse landschap en lijkt op een s-vorming siermotief op een kop cappuccino. De breedte tussen de dijk en het stromende water is hier en daar een paar honderd meter sinds er aan het herwinnen van de natuur wordt gewerkt. Nauwelijks herkenbaar als door mensen gevormd steken daar langgerekte heuveltjes af tegen waterpartijen. Het nabootsen van elders door de natuur gevormde uiterwaarden is hier cum laude geslaagd. Over de Maas heen prikken de daken en kerktorens van enkele dorpjes nog net zichtbaar boven de rivierdijk uit. Met een plat gummetje zou je die zo weg kunnen vegen om een strakke horizon te verkrijgen die scherp afsteekt tegen de bijzondere wolkenlucht. Want bijzonder zijn die opeenhopingen van kleine waterdruppels in de dampkring vandaag door hun fraaie verwaaide en gepluimde randen. De lage winterzon probeert er een weg tussendoor te vinden wat hier en daar met succes gebeurt.

 

Dat is het moment waarop ik mezelf een berisping geef omdat ik mijn fototoestel niet heb meegenomen. Altijd doen. Ik troost me met de gedachte dat ik een goed visueel geheugen heb en toch minstens dagenlang kan terug filmen.