2017-01-16 maandag

Mijn tuin ligt bezaaid met hoopjes sneeuw als schuimkoppen op een gladde zeespiegel. Soms komt er een roodborstje naar eten zoeken. Dat vermoed ik althans. Maar het beestje vertoont niet meer activiteit dan een paar minuten doodstil zitten op het puntje van het dak van mijn tuinhuisje.  Het  dak heeft overigens een egaal witte laag maar dat zie ik alleen als ik er van bovenaf op kijk. Hoewel ik regelmatig overbodig trappen loop gebeurt het toch maar een enkele keer per dag dat ik vanuit mijn slaapkamerraam die witte laag aanschouw.

Overbodig trappen lopen hoort bij mijn activiteiten die allemaal gericht zijn op een goede conditie. Het zal aan mij niet liggen dat de premie van de zorgverzekering omhoog moet vanwege de behandeling van obesitas. Maar helaas wel door andere dingen. Laat me mijn pen maar gauw stilhouden daarover. Oh nee, ik schrijf al lang niet meer met een pen. Ik type en wel met meerdere vingers.

Het zijn diezelfde vingers die jarenlang een ander toetsenbord hebben gekieteld want bij een goed toucher is geen sprake van indrukken. En ach, wat heb ik vaak te horen gekregen dat ik mijn vingers op hun eigen gewicht moest laten vallen.

Even tussendoor. Mijn klep is dichtgevroren. Nee niet die klep maar de klep van de grijze kliko. Ik wilde voorkomen dat de restlucht van de koffiefilters en theezakjes mijn neus zou kunnen bereiken. Dat is toch al niet zo moeilijk. Maar nu kan ik de pedaalemmerzak niet weggooien. En zelfs met het grootste model wasknijper zullen mijn neusvleugels niet als twee dramatisch navigerende en daardoor tegen elkaar geplakte plakvliegen aaneenkleven. Ik ben nu genoodzaakt om de plastic zak naast de kliko achter te laten want mee terugnemen naar binnen is geen optie. Ik slalom met mijn handen in de houding zoals Mozes de Nijl deed splijten zo snel mogelijk terug tussen de hoopjes sneeuw door. Mijn weg leidt naar de warme walm die door de geopende schuifdeur aarzelend een weg naar buiten zoekt. Ik wil van de koude rillingen af die eenzelfde soort effect hebben als kriebelende hoorapparaten.  Reuzenirritant en voor mij altijd een trigger die leidt tot hevig gaan schudden met mijn hele lijf.

Over die vingers dus. Laten vallen op hun eigen gewicht. Ik heb nooit kans gezien er door middel van de brievenweger achter te komen hoeveel een vinger eigenlijk weegt. Ook heb ik nooit het lef gehad om aan pianodocent  Koolhoven van het conservatorium in Tilburg te vragen of hij wel wist over hoeveel grammen hij sprak. Eveneens jammer dat ik niet een extra punt heb gekregen voor mijn eindexamen piano voor die vallende vingers. Ik moet het nu na al die jaren nog doen met een mompelende opmerking van de rijksgecommitteerde uit de examencommissie: “Mooi toucher heeft die kerel”. Dank alsnog want het was not done voor zoiets dank uit te spreken op het moment zelf. Dat is zoiets als dankjewel zeggen op het moment dat er een hostie op mijn tong werd gelegd tijdens de hoogmis op zondagmorgen in de vijftiger jaren.