voorkant-3.jpg

“Als dokter Roelofs aanstalten maakt om Netties kamer te verlaten stel ik nog één vraag. Ik wil weten of met die operatie alle gevaar geweken zal zijn.

Aarzelend en duidelijk zoekend naar een antwoord kijkt de man mij aan. Waarom zegt hij nu niet meteen dat dit zo is. Wat aarzelt hij nu? Toe man, zeg het ons. Zeg dat alle kwaadaardigheid dan voorgoed is uitgebannen.

Na een stilte die eindeloos lijkt zegt hij, weer met die zachte stem: "In ons vak is nooit iets zeker."